Selecteer een pagina
 Polyzoom Header Praktijk voor kind, jeugd en gezin

Klachten & Problemen Classificeren Diagnosticeren Netwerktheorie (2A)

15 mei 2016 | Klachten en Problemen (2A)

Auteur: T.B. Eisenga
Laatste Update: 28-05-2016

Waarmee kunnen we u helpen ?

Een willekeurige greep van problemen waarmee cliënten/ ouders/ volwassenen ons benaderen:

  • Vragen betreffende het gedrag van hun kind
  • Angstige, dwangmatige en depressieve klachten
  • Intelligentie en/ of leer-/ studieproblemen
  • Problemen in de omgang met/ afstemming op anderen
  • Ontwikkelingsproblemen
  • Lichamelijke problemen, voedings-, slaap- en zindelijkheidsproblemen, verslaving
  • Opvoedingsmoeilijkheden
  • Gezins- en relatieproblemen
  • Problemen op school of op het werk
  • Etc. etc.
    ======================================

Er bestaan echter talloze overige klachten en problemen waar wij u wellicht bij kunnen helpen.

Het ordenen van klachten en symptomen tot classificaties of diagnoses:

  • Hoewel die zich erg moeilijk laten groeperen in categorieën, moeten we toch een poging doen om enige ordening aan te brengen in al die honderden klachten en verschijnselen, door klachten en symptomen die vaak samen voorkomen, bij elkaar in een groep te stoppen, daarmee suggererend dat ze iets met elkaar te maken zouden hebben, bijv. omdat ze een gemeenschappelijke oorzaak hebben (al weten we lang niet altijd precies wat die gemeenschappelijke oorzaak is).

Validiteit van psychiatrische classificaties en diagnoses:

  • Het grote probleem is dat de overlap tussen al die categorieën, zo groot is en dat allerlei symptomen zo aspecifiek zijn (dwz in zoveel verschillende categorieën ondergebracht kunnen worden), dat je je soms afvraagt op grond waarvan men ooit op het idee gekomen is dat ze überhaupt iets (bijv. oorzakelijk) met elkaar te maken zouden hebben en of het feit dat we ze in een en dezelfde diagnostische categorie onderbrengen niet onterecht suggereert dat ze iets met elkaar te maken zouden hebben terwijl dat misschien helemaal niet het geval is.

Specificiteit van klachten en symptomen:

  • Neem nu zoiets als vermoeidheid of concentratieproblemen: Er hoeft maar iets aan de hand te zijn en je hebt daar al last van. Als je depressief bent of angstig, te veel drinkt of blowt, erg op je tenen moet lopen, erge dingen hebt meegemaakt, maar zelfs als je slecht slaapt, uit zich dat al snel in vermoeidheid en concentratieproblemen, terwijl het ook een uiting zou kunnen zijn van ‘burn-out’ of ADHD.

Een klacht/ symptoom kan overal maar ook nergens op wijzen:

  • Als je behandelaar zich m.a.w. te veel richt op rijtjes met klachten en symptomen en te veel vaart op bijv. vragenlijsten, loop je het risico zomaar een etiket ADHD opgespeld te krijgen omdat je in classificatorische zin voldoet aan de criteria van ADHD, teerwijl daar in diagnostische zin misschien helemaal geen sprake van is.

Het verschil tussen classificeren en diagnosticeren:

Classificeren: Het optellen van symptomen zoals die zich op een bepaald moment voordoen, heet ‘classificeren’ (zoals het tellen van de bladeren van een boom) en gaat eigenlijk uit van statistische clusters van symptomen/ categorieën op groepsniveau, waarbij vervolgens wordt gekeken in welke categorie een individu het beste zou passen.

  • Confectiekleding: Enigszins vergelijkbaar met het kopen van confectiekleding bijv. een broek. Spijkerbroeken zijn er in bepaalde modellen (Slimfit, Drainpipe, Strait, Baggy, Flairpipe, Bootcut, etc.) en maten. Classificeren komt er eigenlijk op neer dat je naar een C&A gaat en kijkt in welk model/ maat je het beste past.


Syndromen vs Stoornissen vs diagnoses:
Classificeren is in feite het bij elkaar zetten van symptomen die statistisch vaak samen voorkomen. En natuurlijk is het wel zo dat naarmate twee symptomen vaker gezamenlijk voorkomen de kans ook groter is dat ze iets met elkaar te maken hebben, bijv. een gemeenschappelijke oorzaak hebben/ uitingen zijn van eenzelfde onderliggende stoornis, maar dat gaat eigenlijk alleen op als ze niet ook vaak tegelijk voorkomen met andere symptomen en dus dat ze een hoge mate van specificiteit hebben. En helaas is dat dus maar zelden het geval waardoor je je kunt afvragen of die categorieën/ classificaties in de natuur eigenlijk wel echt bestaan en wat we er dus aan hebben. Een groep symptomen die statistisch vaak samen voorkomen zonder dat bekend is of en wat ze in oorzakelijke zin met elkaar te maken hebben, heet een syndroom. Pas als je weet dat ze allemaal uitingen zijn van eenzelfde, gemeenschappelijke onderliggende oorzaak, mag je het een ‘stoornis’ noemen en als je dan ook nog eens begrijpt ‘hoe’ het een tot het ander leidt, heet het een diagnose.

DSM-5: U hebt vast wel eens gehoord van de DSM. Door sommigen wel de ‘bijbel van de psychiatrie’ genoemd. Een dik boek waar alle symptomen staan opgesomd, ingedeeld in 450 categorieën/ classificaties (zoals Depressie, ADHD, Autisme, etc.). Daarmee suggererend dat die symptomen binnen zo’n categorie uitingen zijn van een gemeenschappelijke onderliggende stoornis (bijv. Depressie, ADHD, Autisme, Psychose, wat dus helemaal niet het geval is, dwz dat de meeste van die symptomen ook heel wel bij andere categorieën/ stoornissen zouden kunnen worden ondergebracht of, om het wat abstracter te zeggen, dat er dus maar heel weinig symptomen zijn die specifiek zin voor een bepaalde stoornis.

CMS: Het verwarrende van die afkorting ‘DSM’ (wat ‘Diagnostic Statistical Manual’ betekent) is dat die eerste ‘D’ suggereert dat het om diagnostiek gaat, terwijl dat dus juist helemaal niet het geval is en het ‘slechts’ classificaties zijn. De afkorting CSM (met een ‘C‘ van ‘Classificatorisch) zou dan ook veel beter zijn.

SMS: Maar nog beter zou de afkorting SMS (met een ‘S’ van ‘Syndromaal‘) zijn want in feite is het dus veel meer een boek vol met ‘syndromen’ en dus statistisch vaak gezamenlijk voorkomende symptomen, waarvan we niet weten of en hoe ze via een onderliggende stoornis met elkaar verbonden zijn, dan dat het over stoornissen, laat staan diagnoses gaat.

Diagnosticeren: Diagnosticeren is nl heel iets anders. Daarbij begin je aan de ander kant en dus niet bij bestaande modellen en gemiddelde maten, maar bij het individu zelf en probeer je te beschrijven hoe de klachten en symptomen bij dit individu in deze fase van zijn leven te begrijpen zijn of voor functie zouden kunnen hebben. In de metafoor van de boom gaat het dan om het beschrijven van de takken en zo mogelijk van de stam.

  • Maatpak: In de metafoor van de spijkerbroek ga je dan naar een kleermaker die jouw maten opmeet en een maatpak voor je maakt.

Het verschil tussen ‘ADHD-DOEN’ en ‘ADHD-HEBBEN’: Om het simpel te stelen: Er zijn allerlei omstandigheden waardoor je al snel ADHD kunt ‘doen’ (= voldoen aan de classificatorische criteria), maar dat wil nog niet zeggen dat je ook daadwerkelijk ADHD ‘hebt’. (= in de zin van een diagnose ADHD).

Samenvattend: Of om het iets deftiger te zeggen: Je voldoet al snel aan de classificatorische criteria van een stoornis terwijl dat dus nog helemaal niet wil zeggen dat er ook in diagnostische zin sprake is van die stoornis.

Voor- en nadelen van classificeren en diagnosticeren: Bovenstaande klinkt alsof diagnosticeren hoogstaander en beter is dan classificeren en classificeren een soort oppervlakkig aftreksel zou zijn van diagnosticeren, maar toch is dat niet het geval. In feite kan het een niet zonder het andere, heeft het elk zijn eigen voor- en nadelen/ beperkingen en hebben we beiden nodig.

Wetenschappelijk onderzoek: Om wetenschappelijk onderzoek te kunnen doen en dus om individuele patronen onderling te kunnen vergelijken, moeten we groeperen en dus classificeren ook al doet dat vaak niet geheel recht aan het individu. Zou je echter te veel personaliseren (diagnosticeren) en dus toespitsen op een individu dan wordt iedereen en iedere uniek en valt er niets meer te vergelijken.

Van beide het goede combineren: Ook op individueel niveau zou je beide kunnen doen: Natuurlijk proberen we maatwerk te leveren en toe te werken naar een individuele diagnose door de problematiek te beschrijven in termen van individuele patronen, die te herleiden zijn naar iemands specifieke/ unieke aanleg en levensgeschiedenis en hebben we aandacht voor de beleving en betekenis van de klachten en voor de wijze waarop iemand in het leven staat, wat dat voor zijn/ haar toekomst betekent, etc.

Classificeren als kunst: De gebrekkige validiteit van onze psychiatrische classificaties en diagnoses, zoals hierboven beschreven, in het achterhoofd houdend, zouden we echter van ‘nood ook een deugd’ kunnen maken, door het feit dat we de onderliggende verbanden vaak niet kennen, niet als nadeel te beschouwen maar als voordeel en aldus het classificeren (nl. het volkomen a-theoretisch in kaart brengen van statistische patronen en correlaties) tot een kunst verheffen.

Gevaar van selectieve waarneming: In het verlengde daarvan zou men nl. kunnen zeggen dat het denken vanuit veronderstelde bestaande onderliggende entiteiten (stoornissen, diagnoses, theorieën over hoe iets zou werken) ook heel vertekenend zou kunnen werken, omdat we er selectief door gaan waarnemen en in feite alleen maar zien wat in onze hypotheses past die we dus telkens weer bevestigd menen te zien.

Fenomenologie: Veel zuiverder en dus ook wetenschappelijker zou het zijn om alle theorie overboord te zetten, weer terug te keren naar wat we kunnen zien en meten en dus de fenomenen (fenomenologie) en de feiten zelf, eerst maar eens de patronen/ correlaties van gezamenlijk optredende symptomen in kaart te brengen en de neiging om bij twee tegelijk optredende fenomenen daar meteen al een oorzakelijk verband tussen te veronderstellen, te onderdrukken.

Hiërarchie ??: Waarbij het dus heel wel eens zo zou kunnen blijken te zijn dat symptomen helemaal geen gemeenschappelijke oorzaken hebben waar ze toe kunnen worden herleid en er dus helemaal geen sprake is van een hiërarchie (als beschreven in de ‘Boommetafoor’ elders op deze website), maar dat het ‘slechts’ patronen/ clusters zijn van symptomen die elkaar onderling versterken.

Spreeuwen: Ongeveer zoals een zwerm spreeuwen die als een geheel beweegt (waarbij elke individuele spreeuw staat voor een symptoom) en waarbij elke individuele spreeuw reageert op de spreeuwen die links en rechts van hem vliegen, die hij uit zijn ooghoeken ziet en waarbij er ook niemand op het idee komt dat er zich een of andere onzichtbare oerspreeuw achter die zwerm zou bevinden die elke individuele spreeuw aan zou sturen.

Oorzaak – Gevolg denken: Waarom wij, in het geval van psychische stoornissen dan wel geneigd zijn te denken dat dat wel zo is en daar voortdurend naar op zoek zijn, heeft waarschijnlijk te maken met ons brein dat nu eenmaal niet anders kan dan op zoek te gaan naar patronen en oorzaak-gevolg relaties (ook omdat dat tijdens de evolutie waarschijnlijk altijd veel voordelen opgeleverd heeft) en misschien omdat dat in de rest van de geneeskunde (en andere vakken als natuurkunde, scheikunde, biologie, wiskunde, economie, etc.) vaak wel op lijkt te gaan (Hoewel ….?).

Netwerktheorie: Hoe dan ook, er is nu een stroming binnen de psychiatrie die het denken in patronen en correlaties ofwel syndromen en netwerken van symptomen (vglk metafoor van de spreeuwen), probeert te propageren als alternatief voor en tegenwicht tegen het hiërarchische denken vanuit onderliggende stoornissen, waar we in vast lijken te zijn gelopen, zeker nu genetisch onderzoek naar psychiatrische stoornissen ook vrijwel niets heeft opgeleverd.

Paradigmashift: Een manier van denken die in feite haaks staat op een ander uitgangspunt in ons denken die we altijd hebben gehanteerd, waar we nog erg aan gehecht zijn en die nog niet los kunnen/ willen laten (en die we elders op deze website hebben verwoord in de ‘Boommetafoor’), maar die er wel de oorzaak van is dat deze nieuwe netwerktheorie ons lange tijd nogal tegen de borst stuitte. De netwerktheorie impliceert immers dat er helemaal geen hiërarchie is, dat je klachten en symptomen misschien helemaal niet kunt zien als uitingen van en dus kunt herleiden tot onderliggende entiteiten (stoornissen, diagnoses) en dat je dus serieus rekening moet houden met de mogelijkheid dat alle bestaande psychiatrische classificaties en diagnoses wel eens niet zouden kunnen blijken te bestaan en we dus misschien tientallen jaren ‘voor niets’ hebben geïnvesteerd in het je eigen maken van allerlei psychiatrische kennis en theorieën over hoe dingen in elkaar zouden kunnen zitten.

Overgangsfase: Maar hoe gek het ook klinkt, je kunt dat op een gegeven moment toch ook als een opluchting gaan ervaren en wij merken binnen PolyZoom dat wij geleidelijk aan toegroeien naar dat punt. Dat we weliswaar nog wel gehecht zijn aan onze visies en theorieën waar we 20 jaar veel houvast aan hebben ontleend en daar voorlopig ook nog wel aan vast zullen houden, maar dat het vermoeden, ook bij ons, steeds sterker wordt dat we die oorzaak-gevolg theorieën toch steeds meer zullen moeten gaan relativeren en misschien ooit helemaal moeten loslaten. Voorlopig bieden ze echter nog houvast en een manier om de dingen voor onszelf en anderen zodanig te ordenen dat we onszelf en u kunnen wijsmaken dat we begrijpen hoe het zit, zodat u ook een gevoel krijgt er meer (be-) grip (van) op te krijgen. We volgen de ontwikkelingen echter met belangstelling en in het kader van ‘geen oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt’, gaan we voorlopig op de oude voet verder.

‘Experience Sampling’: Om alvast wat vertrouwd te raken met de netwerkbenadering zijn we een samenwerking aangegaan met de RUG, waarbij we patiënten de gelegenheid geven te experimenteren met de zgn. ‘Experience Sampling’ methode, waarbij men mbv een app patronen van klachten/ symptomen in kaart probeert te brengen door ze te correleren met gedrag en omstandigheden waarbij de resultaten dan grafisch teruggekoppeld worden in de vorm van netwerken. Wilt u daar meer over weten dan verwijs ik u naar een andere plek op deze website waar e.e.a. verder wordt uitgelegd.
Voorlopig dus nog even uitgaande van de oude, vertrouwde indelingen van psychische klachten en symptomen …

(… en tegelijkertijd die enorme aspecificiteit en overlap van veel klachten en symptomen die ook nog eens multifactorieel bepaald kunnen zijn, in het achterhoofd houdend en dus ‘voor wat het waard is’), …

… kunnen we toch hele grote, globale categorieën, die misschien toch de moeite waard zijn, hier even bij langs te lopen om toch een soort kapstok te hebben om de problemen waar u mee kampt enigszins te kunnen ordenen. U kunt dan misschien zelf al vast een eerste inschatting maken waar het soort problematiek waar u tegen aan loopt, onder geschaard zou kunnen worden:

Een veel gebruikte indeling is die volgens het zgn.: ‘Bio-Psycho-Sociale’ model, waarbij problemen en stoornissen onderverdeeld worden in:

  • Stoornissen met een duidelijke biologische (lichamelijke) oorzaak,
  • Psychische problemen waar die biologische factoren niet zo duidelijk zijn (maar misschien wel ooit gevonden worden) en
  • Sociale problemen waarbij een grote rol wordt toegekend aan invloeden vanuit de verschillende milieus die zich als steeds wijdere cirkels om elk individu bevinden.
    • Met als eerste cirkel de partner/ het gezin (1e milieu),
    • als tweede, wat ruimere cirkel daar omheen de school of de werkomgeving (2e milieu),
    • een derde nog ruimere cirkel die de groep van vrienden en kennissen voorstelt (3e milieu),
    • een vierde cirkel die de virtuele wereld van sociale media, games, etc. verbeeldt. (4e milieu)
    • en tenslotte nog een 5, 6e en 7e cirkel die verwijst naar resp. Maatschappelijke, Culturele en Spirituele aspecten. (5e, 6e en 7e milieu)

U kunt, denkend aan de problematiek waar u mee te maken heeft en het hierna volgende lezende, misschien al een idee krijgen waar het accent in uw geval ligt, door bepaalde voorbeelden die op uw situatie van toepassing zijn aan te strepen of te noteren en ‘gewichten’ toe te kennen aan de volgende categorieën, door een getalletje van 0 – 5 te omcirkelen, ….

(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)….

… op geleide van de vraag wat in welke mate volgens uw eigen intuïtie/ inschatting van toepassing is in uw situatie, waarbij een 0 betekent ‘Helemaal niet van toepassing’ en een 5 maximaal waarschijnlijk wel van toepassing.

(Bio-) Biologische stoornissen:

  • In de eerste plaats zijn er psychische stoornissen die iets biologisch, lichamelijke hebben, waarbij je het gevoel hebt dat het in de genen zit of zich op het niveau van basale lichamelijke functies bevindt. Te denken valt aan psychische problemen a.g.v. neurologische aandoeningen (‘Hardware’ problemen), zoals een ernstige verstandelijke beperking, dementie, vergiftigingen, verslaving, voeding (anorexia, bulimia), zindelijkheid, pijn, slaapproblemen, tics, etc. Maar ook igv ernstige vormen van schizofrenie, bipolaire stoornis en autisme, die zich weliswaar niet meteen vanaf de geboorte manifesteren, zijn er sterke aanwijzingen dat aanleg-/ biologische factoren misschien niet voldoende, maar toch op zijn minst wel noodzakelijke voorwaarden zijn om later ooit zo’n stoornis te ontwikkelen, waarbij er dan dus vaak wel ook specifieke omgevingsfactoren/ live-events als uitlokkende factor nodig zijn die dan pas later in het even een uitlokkende rol (‘trigger’) gaan spelen.
    .
    (NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)

Ontwikkelingsstoornissen:

  • Dan zijn er stoornissen waarbij je ook het gevoel hebt dat het in de genen zit maar die zich niet meteen vanaf de geboorte voordoen maar pas wat later aan het echt komen bijv. als er een groter appel op bepaalde zaken zoals concentratievermogen, sociaal functioneren, etc. wordt gedaan). Hier gaat het bijv. om ADHD, Autisme Spectrumstoornissen (ASS), agressie-/ emotie-/ impulsregulatieproblemen, etc.
    .
    (NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)

(Psycho-) Persoonlijkheidsproblematiek:

  • Vervolgens heb je de groep van de zgn. ‘persoonlijkheidsproblemen’ waarvan we spreken als bepaalde gedragingen, zo lang en/ of zo sterk aanwezig zijn dat ze ahw onderdeel zijn geworden van het weefsel van iemands persoonlijkheid en dus een stabiele eigenschap van iemands karakter lijken te zijn geworden. We hebben het dan bijv. over sterke achterdocht die iemands grondhouding in het leven bepaalt, extreme afstandelijkheid, opvallend zonderling gedrag met magisch denken, antisociaal (gewetenloos) gedrag, extreme emotionele instabiliteit, bordelineproblemen, theatraliteit, narcisme, overmatige neiging tot vermijden of afhankelijkheid. Allemaal zaken die we allemaal wel tot op zekere hoogte bij onszelf herkennen, zonder dat dat tot problemen leidt en in dat geval dus ook niet als stoornis mag worden geclassificeerd. Is er wel sprake van last en/ of lijden/ beperkingen, dan spreekt met van persoonlijkheidsproblematiek. Er is ook wel iets voor te zeggen om seksuele en genderproblematiek ook in deze categorie onder te brengen omdat ze zo sterk worden beleefd als inherent (niet weg te denken) aan de persoonlijkheid (hoewel je dan al snel in allerlei taboesferen terecht komt en het classificeren van dit soort ‘problemen’ als stoornis sterk onder invloed van maatschappelijke, culturele en tijdgeboden normen en waarden, als erg beladen kan worden ervaren).
    .
    (NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)

Een andere handige manier om mn psychische klachten en problemen te ordenen is door een onderscheid te maken tussen ‘Denken’, ‘Voelen’ en ‘Willen/ Handelen’ of de modernere variant: ‘Cognitieve’, ‘Emotionele’ en ‘Gedrags’-problemen:
.

  • Bij een accent op ‘Cognitieve’ problemen denken we bijv. aan intelligentieproblemen, Concentratie problemen, leerproblemen zoals dyslexie en dyscalculie, taal-spraakproblemen, geheugenproblemen zoals bij dementie, etc.
    .
    (NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
    .
  • Bij de term ‘Emotionele’ problemen denken we aan problemen op het gebied van angst, dwang, depressie, post traumatische stress, rouw en verlies, etc.
    .
    (NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
    .
  • Ligt de nadruk op Gedragsproblemen dan denken we aan agressie, moeilijk te beheersen impulsen, overmatige seksuele gerichtheden, gokken, stelen, liegen, brandstichten, verslaving, risicozoekend gedrag, etc. Maar ook gewetensproblemen worden vaak ingebrand gebracht met deze categorie.
    .
    (NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
    .

Overige zinvolle indelingen:

Al dit soort problemen heeft een sterke weerslag op opvoeding, de partner-relatie, broertjes en zusjes en dus het gezin, maar ook op de omgang met derden buiten het gezin en dus behorend tot de eerder genoemde milieus/ wijdere cirkels en men zou dus ook een indeling kunnen maken op basis van de milieus of levensgebieden waar men de meeste last ervaart. Dan komt men op categorieën als ouder- kind problematiek, partner-relatieproblematiek, studie- of beroepskeuzeproblemen, beroepsproblemen, arbeidsgerelateerde problematiek, etc. etc.

===============================

De problemen hebben vooral negatieve gevolgen op het gebeid van:

Het eerste milieu: Partnerrelatie, Opvoeding, Gezin, etc.
.
(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
.
Het tweede milieu: School, opleiding, werk.
.
(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
.
Het derde milieu: Familie, Vrienden, Kennissen, Vrije tijd, etc.
.
(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
.
Het vierde milieu: De virtuele wereld van Sociale Media, games, internet, etc
.
Het 5e, 6e en 7e milieu: Resp. Maatschappelijke, Culturele en Spirituele aspecten.
.
(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
.
========================================

Mogelijke oorzaken van de problemen moeten vooral gezocht worden op het gebeid van:

Het eerste milieu: Partnerrelatie, Opvoeding, Gezin, etc.
.
(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
.
Het tweede milieu: School, opleiding, werk.
.
(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
.
Het derde milieu: Familie, Vrienden, Kennissen, Vrije tijd, etc.
.
(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
.
Het vierde milieu: De virtuele wereld van Sociale Media, games, internet, etc
.
Het 5e, 6e en 7e milieu: Resp. Maatschappelijke, Culturele en Spirituele aspecten.
.
(NIET van Toepassing) 0 – 1 – 2 – 3 – 4 – 5 (WEL van toepassing)
.
=================================
U voelt wel dat het totaal van psychische problemen zich onmogelijk laat onderverdelen in mooie, duidelijk van elkaar afgegrensde categorieën, dat allerlei klachten en problemen in verschillende categorieën kunnen worden ondergebracht, afhankelijk van welke indeling men gebruikt en dat er dus erg veel overlap is tussen al die categorieën.

Toch misschien een idee om voor u zelf alvast enige ordening aan te brengen in het soort problematiek waar u mee van doen hebt, door in de hierboven genoemde voorbeelden een paar dingen aan te strepen of te noteren die op u van toepassing zijn en bij elke categorie op de vijfpuntsschaal even aan te geven wat volgens uw intuïtie en inschatting, in welke mate op uw situatie van toepassing is. Dat kan wellicht richting geven aan het intakegesprek.

Conclusie: Uw inschatting van de aard van de problematiek in 20 getallen/ zinnen, gewordend volgens het zgn. ‘Bio-Psyco-Sociale’ model:

Bio-:

  • Biologische problematiek: (Score 1-5 + herkenbare trefwoord):
  • Ontwikkelingsproblematiek:

Psycho-:

  • Persoonlijkheidsproblematiek:
  • Cognitieve problemen:
  • Emotionele problemen:
  • Gedragsproblemen:

Sociaal:

  • Problemen tot uiting komend op het gebied van het 1e milieu (Partnerrelatie/ Gezin):
  • Problemen tot uiting komend op het gebied van het 2e milieu (School/ Werk):
  • Problemen tot uiting komend op het gebied van het 3e milieu (Vrije tijd, vrienden, kennissen, sportclubs/ verenigingen, etc):
  • Problemen tot uiting komend op het gebied van het 4e milieu (Sociale Media, Internet):
  • Problemen tot uiting komend op het gebeid van het 5e milieu (Maatschappelijk):
  • Problemen tot uiting komend op het gebeid van het 6e milieu (Cultureel):
  • Problemen tot uiting komend op het gebied van het 7e milieu (Spiritualiteit/ Zingeving):
  • Mogelijke oorzaak op het gebied van het 1e milieu (Partnerrelatie/ Gezin):
  • Mogelijke oorzaak op het gebied van het 2e milieu (School/ Werk):
  • Mogelijke oorzaak op het gebied van het 3e milieu (Vrije tijd, vrienden, kennissen, sportclubs/ verenigingen, etc):
  • Mogelijke oorzaak op het gebied van het 4e milieu (Sociale Media, Internet):
  • Mogelijke oorzaak op het gebeid van het 5e milieu (Maatschappelijk):
  • Mogelijke oorzaak op het gebeid van het 6e milieu (Cultureel):
  • Mogelijke oorzaak op het gebied van het 7e milieu (Spiritualiteit/ Zingeving):

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Interne links: (naar geassocieerde onderwerpen BINNEN deze website)

  • .

Externe links: (naar geassocieerde onderwerpen BUITEN deze website)

  • .