Selecteer een pagina
 Polyzoom Header Praktijk voor kind, jeugd en gezin

Persoonlijkheidsproblematiek (2A6)

3 mei 2016 | Klachten en Problemen (2A)

We hebben allemaal wel een aantal uitgesproken karaktertrekken. Vrijwel niemand is volledig in evenwicht en bovendien zou dat misschien ook wel wat saai zijn. M.a.w. de afwijkingen van het gemiddelde geven ook kleur aan het leven.

Voorbeelden: Sommige mensen neigen wat tot achterdocht, zijn afstandelijk, zijn sterker dan gemiddeld geneigd bovennatuurlijke verklaringen voor dingen te zoeken, zijn wat egocentrisch, hebben sterke stemmingswisselingen, trekken altijd de aandacht naar zich toe, zijn arrogant of met zichzelf ingenomen, geremd of vermijdend, erg onzelfstandig, voelen zich erg afhankelijke van anderen of zijn wat dwangmatig, etc.

  • Variatie rondom het gemiddelde: Als dat allemaal binnen een bepaalde bandbreedte blijft of men slechts af en toe eens over de grens gaat, is er niets aan de hand en is er zeker geen reden om dat te onderzoeken, laat staan van een diagnose te voorzien.
    .
  • Normaal – Abnormaal: Dat wordt anders als het te ver of te vaak buiten het normale gaat, als dat problemen in de omgang met anderen oplevert en men er dus last van heeft, of anderen daar last van hebben.
    .
    Lees meer …
    .
  • Het ‘IK’ als onderwerp of lijdend voorwerp: Persoonlijkheidstrekken die als normale variant in iemand karakter kunnen zitten, kunnen m.a.w. in de loop der tijd a.h.w. onderdeel worden van het weefsel van de persoonlijkheid zelf. In dat geval spreken we niet meer van persoonlijkheidstrekken maar van persoonlijkheidsstoornissen. Het gaat dan dus niet meer om a.h.w. van de buitenkant tegen de persoonlijkheid aangeplakte bijzonderheden, waar het ‘Ik’ nog wel controle/ regie over heeft en die afhankelijk van de situatie, nog wel tijdelijk onderdrukt of uitgeschakeld kunnen worden, maar om zaken waarvan men het gevoel heeft dat ze een eigen leven zijn gaan leiden, buiten de regie van het ‘Ik’ om en waarbij het ‘Ik’ dus niet meer in de rol van ‘Onderwerp’ maar in de rol van ‘Lijdend voorwerp’ t.o.v. die persoonlijkheidstrekken terecht is gekomen, er min of meer aan overgeleverd is en er door geleefd wordt. Zaken die zo overheersend en alles bepalend worden, dat ze verregaande consequenties hebben voor iemands leven en/ of dat van anderen.
    .
  • Metafoor ‘Weefsel van de Persoonlijkheid’: Als beeld om dat enigszins voor te kunnen stellen, kan men een kledingstuk voor ogen nemen waar figuurtjes op geborduurd zijn die staan voor persoonlijkheidstrekken op grond van aanleg en/ of gebeurtenissen in het verleden. Zijn dat ingrijpende of traumatische gebeurtenissen geweest dan leidt dat tot kleerscheuren maar als dat zo ver gaat dat de stof van het kledingstuk zelf van kleur is verschoten of is aangetast, dan spreekt men van een persoonlijkheidsstoornis, zeker als de beschadiging de huid eronder ook heeft aangetast.
    .
  • Diagnostiek als middel of als doel op zich: Maar in het geval van een persoonlijkheidsstoornis, heeft aanvullende diagnostiek alleen zin als betrokkene er zelf iets aan zou willen veranderen en als het dus richting geeft aan een eventuele behandeling, want anders is het alleen maar een etiket waar men niets aan heeft, wat dus niets toevoegt en waar men zelfs nog extra last van kan hebben, bijv. als het tegen u gebruikt wordt. Diagnostiek heeft m.a.w. alleen zin als middel voor iets anders (bijv. behandeling); Diagnostiek op zichzelf en dus als doel op zich heeft geen zin en moeten we zien te vermijden (hoewel zorgverzekeraars ons/ u dat moeilijk maken door een diagnose als voorwaarde voor vergoeding van behandeling te stellen).
    .
  • Verschillende soorten persoonlijkheidsproblemtiek: Men is decennia bezig geweest om dit soort stoornissen op een zinnige manier onder te brengen in categorieën die men onderling van elkaar zou kunnen onderscheiden. Dat is maar gedeeltelijk gelukt vanwege de enorme overlap tussen de categorieën. Reden om de oude indeling van de DSM-4 (2015) te verlaten en te vervangen door een nieuwe (DSM-5 2016) die minder overlap vertoont en waarover later meer.
    .
  • ‘Oude, vertrouwde’ indeling: Toch stippen we nog even de oude indeling van de DSM-4 aan omdat we het daar vele jaren mee hebben gedaan en alle benamingen die u in dit verband kent, daarop zijn gebaseerd. (Over 5 jaar zult u ook net zo vertrouwd zijn met de nieuwe indelingen en terminologie, als die tegen die tijd ook al weer niet veranderd is …?).
    .
  • In de ‘oude, vertrouwde’ indeling deelde men de persoonlijkheidsstoornissen in in 10 categorieën, verdeeld over 3 clusters, (met achter elke een aanduiding van de grondhouding [‘basisassumptie’] waarmee iemand in de wereld staat. Zeker niet volledig maar zodat u enig idee hebt in welke richting u zu kunnen denken), tw:
    .
  • Cluster A: (Met als gemeenschappelijk kenmerk: ‘Vreemd en Excentriek’):
    .

    • Paranoïde Persoonlijkheidsstoornis (‘Anderen zijn mij vijandig gezind’, achterdocht).
    • Schizoïde Persoonlijkheidsstoornis (‘Ik heb niets met anderen’)
    • Schizotypische Persoonlijkheidsstoornis. (‘Er is heel veel meer tussen hemel en aarde dan op de aarde zelf’; Zonderling met magische, bovennatuurlijke verklaringen)
      .
  • Cluster B: (Met als gemeenschappelijk kenmerk: ‘Dramatisch, Emotioneel en Grillig’:
    .

    • Antisociale Persoonlijkheidsstoornis (‘Ieder voor zich en God voor ons allen’, ‘Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’; Gewetenloos)
    • Borderline Persoonlijkheidsstoornis (‘Ik wordt heen en weer geslingerd door mijn eigen heftige emoties, ben als de dood voor verlating; zelfbeschadiging, suicidaliteit)
    • Theatrale Persoonlijkheidsstoornis (‘Zonder aandacht en bevestiging besta ik niet’)
    • Narcistische Persoonlijkheidsstoornis (’t Is moeilijk bescheiden te blijven, als je zo goed bent als ik’; Arrogant, met zichzelf ingenomen)
      .
  • Cluster C: (Met als gemeenschappelijk kenmerk: ‘Angstig en Vreesachtig’)
    .

    • Ontwijkend/ Vermijdend Persoonlijkheidsstoornis (‘Als ik niets doe, kan ik ook niets fout doen’, Kat uit boom kijkend, neemt geen sociale risico’s)
    • Afhankelijke Persoonlijkheidsstoornis (‘Zonder steun, hulp, verzorging door anderen overleef ik niet’).
    • Obsessief Compulsieve (Dwangmatige) Persoonlijkheidsstoornis (‘Nooit de ‘boel de boel’/ dingen op zijn beloop laten want dan loopt alles in het honderd’; Controle, ordening als doel op zich).
      .
    • ….. en dan is er nog een restcategorie ‘Persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven‘ bedoeld voor mensen die wel extreme trekken hebben maar in geen enkel vakje (of juist in verschillende vakjes) passen.
      .

      • (Overigens niet verstandig om dat als diagnose te stellen want zorgverzekeraars hebben de zorg i.g.v. alle diagnoses met de toevoeging ‘Niet Anderszins Omschreven’ of ‘NOS’ (=’Not Otherwise Specifiek’), uitgesloten van vergoeding. Het is dus te hopen dat u ergens in een vakje past en niet tussen wal en schip valt … ).
        .
  • Voor uitgebreide achtergrondinformatie zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Persoonlijkheidsstoornis
    .
  • Gezondheid = Evenwichtige persoonlijkheid: Van belang is u te realiseren dat wij van alles een beetje nodig hebben om normaal te kunnen functioneren en dat gezondheid/ een evenwichtige persoonlijkheid dan ook zou kunnen worden gedefinieerd door een situatie waarbij je van alles ongeveer even veel hebt en vooral niet gefixeerd zit in een voorkeursstijl maar afhankelijk van wat de situatie vraagt, het accent kunt variëren.
    .
  • Illustratie: Zonder enig narcisme bereik je niets in de wereld, als je jezelf helemaal wegcijfert (te weinig antisociale trekken hebt) evenmin, mensen die helemaal niets theatraals hebben zijn erg saai, een beetje dwangmatigheid/ perfectionisme is nodig om je leven enigszins op orde te houden, etc.
  • Gradueel ipv absoluut: Het gaat dus om de mate waarin en de vraag of het überhaupt problemen oplevert, wat bepaalt of je het überhaupt vast moet stellen, dwz het als probleem/ stoornis identificeert, het van een naam/ etiket voorziet en dus diagnosticeert, laat staan of er iets aan gedaan moet worden.
  • Puberteit als ‘Vergrootglas’: Bovendien is het zo dat bijv. de puberteit (of andere extreme omstandigheden of levensfasen) als een vergrootglas fungeren op persoonlijkheidstrekken, waardoor je niet kunt vast stellen of iets van voorbijgaande aard is of een stabiel kenmerk is dat wijst op persoonlijkheidsproblematiek. Dat laatste is nl een voorwaarde om überhaupt van een persoonlijkheidsstoornis te mogen spreken. Reden dus ook dat men dat pas na de puberteit (na 16-18 jaar) kan overwegen en daarvoor slechts van persoonlijkheidstrekken spreekt.
  • Overgang naar nieuwe indeling persoonlijkheidsproblematiek: Maar, zoals gezegd, is de overlap tussen de verschillende categorieën zo groot dat je er in de praktijk niet veel mee kunt. Daarom is men meer gaan spreken in grotere clusters (bijv. Cluster-B persoonlijkheidsproblematiek) en heeft men die hele indeling in 2016 in de DSM-5 willen vervangen door een nieuwe die wetenschappelijk minder onbetrouwbaar zou zijn en meer gebaseerd is op onderliggende veronderstelde neurobiologische overeenkomsten. Uiteindelijk heeft men daarvan afgezien en heeft men dezelfde, bestaande indeling in 10 persoonlijkheidsstoornissen uit de DSM-4 overgenomen (hoewel sommige een andere naam hebben gekregen) en heeft men een aantal voorstellen gedaan voor een alternatieve indeling in de toekomst die echter eerst nog nader op validiteit onderzocht moet worden.
  • Mocht u daar meer over willen weten dan verwijs ik u naar: http://www.dsm-5-nl.org/documenten/dsm_whitepaper_10_persoonlijkheidsstoornissen.pdf

++++++++++++++++

We hebben allemaal wel een aantal uitgesproken karaktertrekken. Vrijwel niemand is volledig in evenwicht en bovendien zou dat misschien ook wel erg saai zijn. M.a.w. de afwijkingen van het gemiddelde geven ook kleur aan het leven.

Voorbeelden: Sommige mensen neigen wat tot achterdocht, zijn afstandelijk, zijn sterker dan gemiddeld geneigd bovennatuurlijke verklaringen voor dingen te zoeken, zijn wat egocentrisch, hebben sterke stemmingswisselingen, trekken altijd de aandacht naar zich toe,zijn arrogant of met zichzelf ingenomen, geremd of vermijdend, erg onzelfstandig, voelen zich erg afhankelijke van anderen of zijn wat dwangmatig, etc.

Variatie rondom het gemiddelde: Zolang dat allemaal binnen een bepaalde bandbreedte blijft of men slechts af en toe eens over de schreef gaat, is er niets aan de hand en is er zeker geen reden om dat te laten onderzoeken, laat staan van een diagnose te laten voorzien.

Normaal – Abnormaal: Dat wordt anders als het te ver of te vaak buiten het normale gaat, als je het gevoel hebt dat je wel anders zou willen maar dat niet kunt, dat je je gedrag niet onder controle hebt en het gevoel hebt dat je het ahw niet zelf doet maar in feite geleefd wordt door iets in je dat sterker is dan jijzelf en het niet meer ‘trekken’ zijn maar onderdeel dreigt te gaan uitmaken van het weefsel van je persoonlijkheid. Als dat ook nog eens problemen in de omgang met anderen oplevert en je er dus niet alleen zelf last van hebt maar  anderen ook, dan moet je toch wel gaan denken in de richting van persoonlijkheidsproblematiek en kun je het misschien maar beter laten onderzoeken,

LEES MEER …

Het ‘IK’ als onderwerp of lijdend voorwerp: Persoonlijkheidstrekken die als normale variant in iemand karakter kunnen zitten, kunnen m.a.w. in de loop der tijd a.h.w. onderdeel worden van het weefsel van de persoonlijkheid zelf. In dat geval spreken we niet meer van persoonlijkheidstrekken maar van persoonlijkheidsstoornissen. Het gaat dan dus niet meer om a.h.w. van de buitenkant tegen de persoonlijkheid aangeplakte bijzonderheden die men, waar het ‘Ik’ nog wel controle/ regie over heeft en die afhankelijk van de situatie, nog wel tijdelijk onderdrukt of uitgeschakeld kunnen worden, maar om zaken waarvan men het gevoel heeft dat ze een eigen leven zijn gaan leiden, buiten de regie van het ‘Ik’ om en waarbij het ‘Ik’ dus niet meer in de rol van ‘Onderwerp’ maar in drol van ‘Lijdend voorwerp’ t.o.v. die persoonlijkheidstrekken terecht is gekomen, er min of meer aan overgeleverd is en er door geleefd wordt. Zaken die zo overheersend en alles bepalend worden, dat ze verregaande consequenties hebben voor iemands leven en/ of dat van anderen.

Metafoor ‘Weefsel van de Persoonlijkheid’: Als beeld om dat enigszins voor te kunnen stellen, kan men een kledingstuk voor ogen nemen waar figuurtjes op geborduurd zijn die staan voor persoonlijkheidstrekken op grond van aanleg en/ of gebeurtenissen in het verleden. Zijn dat ingrijpende of traumatische gebeurtenissen geweest dan leidt dat tot kleerscheuren maar als dat zo ver gaat dat de stof van het kledingstuk zelf is aangetast dan spreekt men van een persoonlijkheidsstoornis, zeker als de beschadiging de huid eronder ook heeft aangetast.

Diagnostiek als middel of als doel op zich: Maar in het geval van een persoonlijkheidsstoornis, heeft aanvullende diagnostiek alleen zin als betrokkene er zelf iets aan zou willen veranderen en als het dus richting geeft aan een eventuele behandeling, want anders is het alleen maar een etiket waar men niets aan heeft, wat dus niets toevoegt en waar men zelfs nog extra last van kan hebben, bijv. als het tegen u gebruikt wordt. Diagnostiek heeft alleen zin als middel voor iets anders (bijv. behandeling); Diagnostiek op zichzelf en dus als doel op zich heeft geen zin en moeten we zien te vermijden.

Verschillende soorten persoonlijkheidsproblemtiek: Maen is decennia bezig geweest om dit soort stoornissen op een zinnige manier onder te brengen in categorieën die men onderling van elkaar zou kunnen onderscheiden. Dat is maar gedeeltelijk gelukt vanwege de enorme overlap tussen de categorieën. Reden om de oude indeling van de DSM-4 (2015) te verlaten en te vervangen door een nieuwe (DSM-5 2016) die minder overlap vertoont en waarover later meer.

‘Oude, vertrouwde’ indeling: Toch stippen we nog even de oude indeling van de DSM-4 aan omdat we het daar vele jaren mee hebben gedaan en alle benamingen die u in dit verband kent, daarop zijn gebaseerd. (Over 5 jaar zult u ook net o vertrouwd zijn met de nieuwe indelingen en terminologie, als die tegen die tijd ook al weer niet veranderd is …?).

In de ‘oude, vertrouwde’ indeling deelde men de persoonlijkheidsstoornissen in in 10 categorieën, verdeeld over 3 clusters, (met achter elke een aanduiding van de grondhouding [‘basisassumptie’] waarmee iemand in de wereld staat), tw:

Cluster A: (Met als gemeenschappelijk kenmerk: ‘Vreemd en Excentriek’):

Paranoïde Persoonlijkheidsstoornis (‘Anderen zijn mij vijandig gezind’, achterdocht).
.
Schizoïde Persoonlijkheidsstoornis (‘Ik heb niets met anderen’)
.
Schizotypische Persoonlijkheidsstoornis. (‘Er is heel veel meer tussen hemel en aarde dan op de aarde zelf’; Zonderling met magische, bovennatuurlijke verklaringen)
.
Cluster B: (Met als gemeenschappelijk kenmerk: ‘Dramatisch, Emotioneel en Grillig’:

Antisociale Persoonlijkheidsstoornis (‘Ieder voor zich en God voor ons allen’, ‘Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’; Gewetenloos)
.
Borderline Persoonlijkheidsstoornis (‘Ik wordt heen en weer geslingerd door mijn eigen heftige emoties, ben als de door voor verlating; zelfbeschadiging, suicidaliteit)
.
Theatrale Persoonlijkheidsstoornis (‘Zonder aandacht en bevestiging besta ik niet’)
.
Narcistische Persoonlijkheidsstoornis (’t Is moeilijk bescheiden te blijven, als je zo goed bent als ik’; Arrogant, met zichzelf ingenomen)
.
Cluster C: (Met als gemeenschappelijk kenmerk: ‘Angstig en Vreesachtig’)

Ontwijkend/ Vermijdend Persoonlijkheidsstoornis (‘Als ik niets doe, kan ik ook niets fout doen’, Kat uit boom kijkend, neemt geen sociale risico’s)
.
Afhankelijke Persoonlijkheidsstoornis (‘Zonder steun, hulp, verzorging door anderen overleef ik niet’).
.
Obsessief Compulsieve (Dwangmatige) Persoonlijkheidsstoornis (‘Nooit de ‘boel de boel’/ dingen op zijn beloop laten want dan loopt alles in het honderd’; Controle, ordening als doel op zich).
.
….. en dan nog een restcategorie ‘Persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven’ bedoeld voor mensen die wel extreme trekken hebben maar in geen enkel vakje (of juist in verschillende vakjes) passen.

Gezondheid = Evenwichtige persoonlijkheid: Van belang is u te realiseren dat wij van alles wat nodig hebben en gezondheid/ een evenwichtige persoonlijkheid zou dan ook kunnen worden gedefinieerd door dat je van alles ongeveer even veel hebt.

Illustratie: Zonder enig narcisme bereik je niets in de wereld, als je jezelf helemaal wegcijfert (te weinig antisociale trekken) evenmin, mensen die helemaal niets theatraals hebben zijn erg saai, een beetje dwangmatigheid/ perfectionisme is nodig om je leven enigszins op orde te houden, etc.

Gradueel ipv absoluut: Het gaat dus om de mate waarin en de raag of het überhaupt problemen oplevert waar iets aan gedaan moet worden.

Puberteit als ‘Vergrootglas’: Bovendien is het zo dat bijv. de puberteit (of andere extreme omstandigheden of levensfasen) als een vergrootglas fungeren op persoonlijkheidstrekken waardoor je niet kunt vast stellen of iets van voorbijgaande aard is of een stabiel kenmerk. Dat laatste is nl een voorwaarde om van een persoonlijkheidsstoornis te mogen spreken. Reden dus ook dat men dat überhaupt pas na de puberteit (na 16-18 jaar) kan overwegen en daarvoor slechts van persoonlijkheidstrekken spreekt.

Overgang naar nieuwe indeling persoonlijkheidsproblematiek: Maar, zoals gezegd, is de overlap tussen de verschillende categorieën zo groot dat je er in de praktijk niet veel mee kunt. Daarom is men meer gaan spreken in grotere clusters (bijv. Cluster-B persoonlijkheidsproblematiek) en heeft men die hele indeling in 2016 uiteindelijk verlaten en in de DSM-5 vervangen door een nieuwe die wetenschappelijk minder onbetrouwbaar zou zijn en meer gebaseerd is op onderliggende veronderstelde neurobiologische overeenkomsten:

(Hier t.z.t. DSM-5 persoonlijkheid typen beschrijven)

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Interne links: (naar geassocieerde onderwerpen BINNEN deze website)

  • .

Externe links: (naar geassocieerde onderwerpen BUITEN deze website)

  • .