Selecteer een pagina
 Polyzoom Header Praktijk voor kind, jeugd en gezin

Problemen in omgang met de vrienden-/ kennissenkring (3e milieu) (2A12)

8 mei 2016 | Klachten en Problemen (2A)

Auteur: T.B. Eisenga
Laatste Update: 13-06-2016

3e milieu: Vrije tijd, club, vereniging, vrienden, kennissen, etc.:

  • De nog weer wijdere 3e cirkel rondom het individu, zijn partner/ gezin/ familie (1e milieu), de school/ werk (2e milieu), verbeeldt de omgang met mensen die weer wat verder af staan tw leeftijdgenoten, ‘vrienden’, , kennissen, etc.).
    .
  • Oorzaak of Gevolg: Ook daar kunnen er problemen zijn, zowel dat daar belangrijke oorzaken van de problemen kunnen zijn gelegen, als ook dat iemands problemen daar vooral tot uiting komen.

LEES MEER …

  • Voorbeeld Oorzaak: Zo is het denkbaar dat iemand toevallig op de sportclub of andere verenigingsactiviteit, een collega sporter, coach of mede bestuurslid, heeft met wie het helemaal niet klikt, wat voor veel spanningen zorgt. Als dat op zichzelf staat en dus als betrokken voordien of in andere situaties nooit noemenswaardige soortgelijke problemen met mensen heeft gehad (en zeker als ook andere club- of verenigingsleden dezelfde problemen hebben met diezelfde persoon, coach, etc.) dan is het onwaarschijnlijk dat het aan betrokkene zelf ligt of dat we daar iets zouden moeten gaan behandelen. Het is dan logischer te gaan bemiddelen tussen betrokkenen of als dat reeds een gepasseerd station lijkt, verandering van sport, club of vereniging overwegen.
    .
  • Voorbeeld Gevolg: Anderzijds kan het ook zijn dat de problemen die iemand binnen het verenigingsleven heeft, niet op zichzelf staan en min of meer representatief zijn voor soortgelijke problemen in andere situaties. Dan heeft verandering van club, vereniging of bestuursfunctie, geen zin want dan valt te verwachten dat iemand dezelfde problemen elders weer opnieuw tegen zal komen. In dergelijke gevallen is het ook onwaarschijnlijk dat de problemen zich alleen op dit levensgebied (4e milieu) zouden voordoen en zien we veelal soortgelijke problemen binnen de andere milieus (omgang met de ouders/ kinderen, gezinsleden, partner, klas- of studiegenoten, leerkrachten, collega’s, werkgever, etc.). In zulke gevallen heeft het meer zin om samen met betrokken in kaart te brengen wat er tussen hem en aderen gebeurt en of daar wellicht iets aan bij te sturen is.
    .

Van belang dus om in de eerste plaats voor u zelf te bepalen of zich problemen voordoen binnen het 3e milieu en vooral of de nadruk daarbij ligt op oorzaken of gevolgen van de problemen, dus of de problemen veroorzaakt worden door een specifieke situatie binnen dat 3e milieu of dat de problematiek primair in de persoon is gelegen en dat het 3e milieu slechts een van de milieus is waar die problematiek zich manifesteert.

++++++++++

PROBLEMEN IN DE OMGANG VMET ‘VRIENDEN’, LEEFTIJDGENOTEN, ETC. (3E MILIEU)

3e milieu: Vrije tijd, club, vereniging, vrienden, kennissen, etc.:
De nog weer wijdere 3e cirkel rondom het individu, zijn gezin (1e milieu), de school/ werk (2e milieu), verbeeldt de omgang met mensen die weer wat verder af staan tw leeftijdgenoten, ‘vrienden’, familieleden, kennissen, etc.).

Oorzaak of Gevolg: Ook daar kunnen er problemen zijn, zowel dat daar een belangrijke oorzaak van de problemen zijn gelegen alsook dat iemands problemen daar vooral tot uiting komen.

Voorbeeld Oorzaak: Zo is het denkbaar dat iemand toevallig op de sportclub of andere verenigingsactiviteit, een collega sporter, coach of mede bestuurslid, treft met wie het helemaal niet klikt, wat voor heel veel spanningen zorgt. Als dat op zichzelf staat en dus als betrokken voordien of in andere situaties nooit noemenswaardige soortgelijke problemen met mensen heeft gehad (en zeker als ook andere club- of verenigingsleden dezelfde problemen hebben met die persoon, coach, etc.), dan is het onwaarschijnlijk dat het aan betrokkene zelf ligt of dat we daar iets zouden moeten gaan behandelen. Het is dan logischer te gaan bemiddelen tussen betrokkenen of als dat reeds een gepasseerd station lijkt, verandering van sport, club of vereniging overwegen.

Voorbeeld Gevolg: Anderzijds kan het ook zijn dat de problemen die iemand binnen het verenigingsleven heeft, niet op zichzelf staan en min of meer representatief zijn voor soortgelijke problemen in andere situaties. In dat geval heeft verandering van club, vereniging of bestuursfunctie, geen zin want dan valt te verwachten dat iemand dezelfde problemen elders weer opnieuw tegen zal komen. In dergelijke gevallen is het ook onwaarschijnlijk dat de problemen zich alleen op dit levensgebied (3e milieu) zouden voordoen en zien we veelal soortgelijke problemen binnen de andere milieus (omgang met de ouders/ kinderen, gezinsleden, partner, klas- of studiegenoten, leerkrachten, collega’s, werkgever, etc.) In dat geval heeft het dan ook meer zin om samen met betrokken in kaart te brengen wat er tussen hem en aderen gebeurt en of daar wellicht iets aan bij te sturen is.

Van belang dus om inde eerste plaats voor u zelf te bepalen of zich problemen voordoen binnen het 3e milieu en vooral of de nadruk daarbij ligt op oorzaken of gevolgen van de problemen.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Interne links: (naar geassocieerde onderwerpen BINNEN deze website)

  • .

Externe links: (naar geassocieerde onderwerpen BUITEN deze website)

  • .